Meer dan tien jaar ondersteunde ik organisaties en leidinggevenden bij vraagstukken rond verzuim, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. In rollen als casemanager, adviseur, projectleider, coach en trainer genoot ik van de veelzijdigheid en het gevoel verschil te maken. Zeker als het lukte om leidinggevenden te versterken in hun rol bij verzuimbegeleiding en verzuimcijfers omlaag te krijgen.
En toch bleef er iets knagen. Want hoe mooi het ook was als de cijfers daalden, vaak hield het niet lang stand. Na een tijdje stond het verzuim weer net zo hard aan de deur te kloppen. Ik vroeg me steeds vaker af: maak ik organisaties écht gezonder, of ben ik alleen bezig met symptoombestrijding?
Ik voelde dat mijn werk pas écht impact had als ik me kon richten op wat een ‘zieke bedrijfscultuur’ in stand hield: de manier van aansturen, de kwaliteit van leiderschap en destructieve interactiepatronen. Patronen die vaak hun wortels hebben in systemische of individuele oorzaken. Dáár lag de kern.
Vanaf 2020 liep mijn professionele ontwikkeling hand in hand met mijn persoonlijke ontwikkeling. Aan de buitenkant leek alles op orde: een stabiele relatie, leuke vriendengroep, een fijn huis, een succesvolle carrière en een gezond lichaam. Het plaatje klopte. Maar vanbinnen draaide een langspeelplaat hetzelfde lied: ‘doe maar gewoon zoals het hoort’, ‘pas je aan’, ‘het is nog niet goed genoeg’. Een koor van kritische stemmetjes dat mijn leven strak regisseerde. Handig voor een keurige uitvoering, maar met weinig ruimte voor improvisatie of mijn eigen geluid.
Ik besloot het roer om te gooien en de weg naar binnen te gaan (en wauw, wat een reis werd dat!) Via boeken, opleidingen, coaching, therapie, adem- en energiewerk en innerlijke reizen kwam ik stap voor stap dichter bij mezelf. Ik leerde weer voelen en écht contact maken met mijn kern, ook als dat spannend of ongemakkelijk was.
Langzaam nam de invloed van wilskracht, hard werken en het anderen altijd maar naar de zin maken af. In plaats daarvan kwamen angsten en oude familiepatronen naar boven, inclusief schuld- en schaamtedynamieken die ik was gaan dragen. Mijn hoofd vond dat verwarrend en het maakte me voor het eerst in mijn leven enorm onzeker en kwetsbaar. Maar zodra ik de pijn eronder kon toelaten en anderen daarin durfde binnen te laten, voelde het ook bevrijdend. Het was alsof ik laag voor laag een veel te zware jas uittrok: eerst ongemakkelijk, soms eenzaam en kwetsbaar, maar uiteindelijk zoveel lichter, vrijer en verbonden.
Naarmate ik dichter bij mijn eigen kern kwam, werd mijn blik helderder en mijn werk effectiever. Ik zag ineens haarscherp hoe dezelfde beschermingsmechanismen: onderdrukken, compenseren, vermijden, ook speelden in organisaties waarmee ik werkte. In collectieve vorm uitte zich dat in eilandvorming, besluiteloosheid, ondersturing, brandjes blussen, micromanagement of vasthouden aan “zo doen we het hier altijd”.
Bij individuen leidde het tot pleasegedrag, perfectionisme, altijd haast hebben of maar blijven doorgaan. In beide gevallen zijn het systemen die ooit reageerden op een moeilijke situatie en die reactie zijn blijven herhalen. Ook wanneer de huidige situatie niet werkelijk onveilig was, konden die oude beschermingsmechanismen alsnog worden geactiveerd. Vaak gebeurt dit onbewust, als het zenuwstelsel onveilige signalen opvangt en beschermingsmechanismen in werking zet. Bescherming die ooit een doel had, maar nu ontwikkeling belemmert.
Door mijn persoonlijke ontwikkeling werd ik steeds gevoeliger voor wat er onder de oppervlakte gebeurt. Ik leerde luisteren naar wat niet wordt gezegd, spanning waarnemen in relaties en patronen, en subtiele signalen oppikken in houding, energie en dynamiek.
Dat bracht me ertoe om altijd op twee lagen te werken:
Een grote afdeling binnen een justitiële organisatie kampte met hoog verzuim, onvrede en een klaag- en angstcultuur. In het leidinggevende team uitte zich dat in terughoudendheid, vermijding, weinig energie en een gebrek aan richting. Hulp van buitenaf werd in eerste instantie met argwaan ontvangen: “Met ons is niets mis, wij hebben geen hulp nodig.” Wanneer ik vroeg waar ze stonden en naartoe wilden, bleef het stil. Totdat iemand zich voorzichtig uitsprak: “Ik laat niet het achterste van mijn tong zien, want ik voel me niet veilig.”
Daarmee werd de kern zichtbaar: zonder vertrouwen ontbreekt het fundament om te ontwikkelen. Ik organiseerde een tweedaagse, volledig gericht op dit thema. Spannend, want het liefst bleef men praten over het operationele werkproces: alles waarbij men zichzelf niet hoefde te laten zien. Door te vertragen, passende werkvormen in te zetten, ruimte te maken voor écht contact en zelf het goede voorbeeld te geven, ontstond een veilige setting. Het was voelbaar hoe de gespannen sfeer in de ruimte veranderde in openheid en nieuwsgierigheid. Mensen durfden zich te openen en kwetsbaarheid werd gedeeld. De doorbraak was een feit.
Die avond zette zich dat voort in de bar: er werd gelachen tot in de late uurtjes en verhalen werden in alle openheid gedeeld.
In de periode ernaar bleef de verandering merkbaar op de werkvloer: de sfeer was verbeterd en er was een gezamenlijk fundament ontstaan. De nieuwe slogan hing aan de muur: sterk alleen, sterker samen! De leidinggevende van het team voelde zich gesteund en gesterkt om de regie te pakken, niet alleen op de inhoud, maar ook op de relatiekant. Vergaderingen begonnen voortaan met een korte check-in, er werd tijd genomen voor samenwerking en afspraken, en extra teamdagen boden verdieping. Doordat de basis van vertrouwen er was, ontstond er ook wrijving: mensen spraken zich uit, gaven grenzen en behoeftes aan. Omdat dit vanuit veiligheid gebeurde en goed werd begeleid, werden spanningen constructief benut en groeide de samenwerking verder. Steeds vaker kwamen er initiatieven uit het team om werkprocessen te verbeteren. Ook de verstandhouding met andere leidinggevende teams kreeg een positieve impuls.
Het resultaat: het verzuim daalde, de sfeer en werkprocessen verbeterden en de motivatie om samen verder te bouwen groeide. Vertrouwen was de sleutel tot duurzame verandering.